Stadshart hopeloos?

Steeds duidelijker wordt dat winkelketens zich consolideren, of zelfs uitbreiden, in de centra van onze grote steden. En dat de centra van onze kleine en middelgrote steden steeds minder in trek zijn. Is dat een hopeloze ontwikkeling?

Rentabiliteit klassieke winkels daalt
Het is eigenlijk wel érg vreemd te moeten constateren dat veruit de meeste winkelformules nog in het pré-internet tijdperk zijn ontstaan en, ondanks alle commotie rond webshops, nauwelijks zijn veranderd. Natuurlijk worden ‘nieuwe’ formules, zoals bij Blokker, met veel bombarie in de markt gezet, maar als je goed kijkt, is die ‘vernieuwing’ hoofdzakelijk cosmetisch van aard. Het is dan ook geen wonder dat ‘ouderwetse’, vrijwel volledig op fysieke verkoop gebaseerde, discountformules als ACTION, MEDIAMARKT en PRIMARK zo’n slachting onder hun collega’s aanrichten. Natuurlijk zijn er wel formules die zichzelf hervormen, DIXONS is een goed voorbeeld van wat ik in deze blogs als ‘De Nieuwe Winkelier’ introduceerde. Ook een grote boekhandel als HAASBEEK CENTRUM in Alphen aan den Rijn weet met verkoop van nieuwe én gebruikte boeken, schoolartikelen, een inwonende ‘Barrista’ koffiehoek én, sinds kort, de al bestaande bordspellenwinkel ‘Hoge Ogen’ fysiek én virtueel haar doelgroepen een totale beleving te bieden die tegenwoordig nodig is om klanten aan je winkel te binden.
Maar het gros van de winkels worstelt met eensdeels het verlies aan klanten, aan omzet en aan bruto marge, anderzijds met de hoge kosten die hun, merendeels veel te grote, winkels met zich mee brengen. In een periode waarin de economie alleen nog in overheidspublicaties groeit (wie kan me uitleggen waarom de AEX index al tijden elke keer dat ze boven de 500 punten stijgt, weer in elkaar klapt?) Kortom, de markt groeit niet, want de jeugd krijgt steeds moeilijker werk, veel ouderen zijn werkloos, de duizenden vluchtelingen mogen maatschappelijk niets bijdragen en het groeiend leger gepensioneerden lijkt alleen nog maar goed om de gaten in de begroting te dichten!
Alsof deze politiek/economische situatie al niet slecht genoeg is voor de ondernemers in onze stadscentra, zijn er een aantal trends die deze problematiek alleen maar groter maken.

Stadshart in gevaar
1. Het grootste gevaar is natuurlijk dat veel mensen in en rond dit vakgebied de kop in het zand steken, en hopen dat het allemaal wel overdrijft. Zo maken velen zich weer, traditioneel, druk over de verkiezingen van ‘Retailer van het Jaar’, hoewel een deel van de gekozenen misschien volgend jaar niet eens haalt. Tenslotte was het met een grote speler als de ETAM groep allemaal koek en ei, tot ze failliet waren. Ooit belangrijke schoenwinkels verdwijnen, met hun verouderde formules, achter elkaar uit het winkelbeeld. Wie volgt?
2. Winkels verwachten veel te veel van bijkomstige zaken als zondagsopening, aparte webshops (omnichannel) en evenementen in en rond hun winkels. En natuurlijk van het faillissement van collega’s. Want in al die gevallen zou hen dat verder helpen zonder dat ze hun eigen verouderde winkelformule onder handen hoeven te nemen.
3. Veel stadscentra, vaak ontstaan als dorpscentra, hebben een verkeerde mix van winkels, teveel van hetzelfde en te weinig verrassend om bezoekers langer en vaker dan strikt noodzakelijk te binden. Dus is het logisch dat steeds vaker hun ‘natuurlijke’ klantenkring elders, in grotere en aantrekkelijkere steden gaat winkelen. Ze zijn teveel boodschappencentra gebleven, en bieden de klant in hun verzorgingsgebied niet wat die verwacht als deze ‘recreatief’ wil winkelen. Een situatie die in de loop der jaren alleen maar verergert
4. Gemeenten en ondernemersverenigingen staren zich dood op het ‘aantal bezoekers’. Dus zijn ‘trekkers’ in de mode, hoewel men vergeet dat bedrijven als Mediamarkt, Primark en Action vooral hun EIGEN klanten trekken. En dat deze discounters een prijsbeeld in de markt zetten dat de prijsgevoeligheid in het hele verzorgingsgebied alleen maar versterkt. Een effect waarover ik nog nooit iemand iets heb zien schrijven, maar die het tegenovergestelde bewerkstelligt van wat men met die ‘trekkers’ beoogt! Kortom, tenzij je als speciaalzaak qua collectie én klantenbehandeling geweldig scoort bij een exclusieve klantengroep, leg je het al snel af tegenover degenen die je redding hadden moeten zijn. Op dezelfde manier floreren allerlei communicatie- en evenementenbureaus door de organisatie van activiteiten die wel klanten trekken, maar niet vasthouden. En proberen gemeenten met ‘citymarketing’ hun stadscentrum ‘op de kaart’ te zetten in een situatie waarin vooral de eigen inwoners het steeds vaker af laten weten.
5. Er vloeit onnodig veel omzet weg naar het internet omdat nog veel te veel winkels geen of geen attractieve webshop hebben. Maar een groeiend percentage van de omzet vloeit weg naar grote BELEVENISWINKELS die buiten de stadscentra en in veel gevallen zelfs buiten het verzorgingsgebied gevestigd zijn.

Featured image

Waren dat vroeger alleen Autoplaza’s en Meubelboulevards, tegenwoordig worden steeds meer gespecialiseerde MegaStores ontwikkeld die qua ruimte en kosten niet eens meer in een Stadscentrum zouden passen. Winkelketens als Topshelf Megastores (sport), Vrijbuiter (camping/outdoor) zijn nieuw, terwijl de enorme complexen van onze Tuincentra zich inmiddels hebben ontwikkeld tot beleveniswerelden waarin alles in en rond het huis tijdens een gezellig dagje uit bekeken en aangeschaft kan worden. En waar vindt je de absoluut grootste collectie aan Kerstartikelen? Het heeft even geduurd, maar ook onze bouwmarkten ontwikkelen zich langzaam van ‘opgeleukte magazijnen’ naar beleveniswinkels met allerlei producten (verlichting, bijvoorbeeld) die je vroeger gewoon ‘in de stad’ kon kopen. Zolang we er niet in slagen dat Stadshart zelf tot een ‘belevenis’ te maken, zal deze trend alleen maar versterkt worden.
6. Laten we maar hopen dat in het distributiedichte Nederland niemand gaat toelaten dat er complete MEGAMALLS ontstaan, zoals Centr’O of Wijnechem shopping center, die de complete retailinfrastructuur van een hele regio ontwrichten. Zo’n Megamall is overigens, in alle opzichten behalve de fysieke opzet, iets heel anders dan de zo vaak bekritiseerde Factory Outlet Centers als Bataviastad. Winkelcentra’s die hun bezoekers vanuit een heel groot gebied aantrekken, maar de bestaande stadscentra absoluut niet vervangen. Ik heb over de punten 5 en 6 net een blog over geschreven op http://www.beleefalphen.com.

Rentabiliteit herwonnen?
Hét probleem in de retailsector is het hoge percentage aan vaste, en semi-vaste (gebonden aan het aantal winkels en artikelgroepen) kosten. Dat betekent namelijk dat een relatief kleine verhoging of verlaging van de omzet leidt tot relatief hoge winsten, of hoge verliezen. Waar de meeste winkels al jarenlang flink omzet verloren hebben, betekent dit dat ze ook al jarenlang operationeel verlies leiden. De niet aflatende reeks faillissementen is het gevolg hiervan. Het betekent echter ook dat bezuiniging op variabele kosten weinig zoden aan de dijk zet, en dat geldt ook voor het sluiten van filialen of het afstoten van artikelgroepen omdat hierdoor die vaste kosten moeten worden opgebracht door minder activiteiten. Het verschijnsel dat ‘De Schaar’ heetFeatured image

In dit model zien we dat, op jacht naar positief rendement, de activiteiten van een retailer steeds worden uitgebreid, maar dat de totale kosten sneller blijven stijgen dan de gegenereerde opbrengsten. Een situatie die elke retailer zal (moeten) kennen!
Ook modisch een webshop erbij exploiteren biedt geen soelaas, omdat deze activiteit geheel eigen kosten met zich meebrengt, die, als we het online theater bekijken, alleen bij uitzondering door de Bruto Marge wordt gedekt.

De enige methode om snel rendement te boeken is het halveren van die vaste en semi-vaste kosten door fors ingrijpen in de hele formule. Dat kan via het concept van DE NIEUWE WINKELIER, waarbij winkel en webshop volledig zijn geïntegreerd. Een concept dat veel verder gaat dan het populaire OMNICHANNEL. Een concept waarvan ik de effecten heb gevisualiseerd in het voorgaande blog “Miss Etam Vernieuwt?”.

Advertenties

Waarom ‘Afhaalpunten’ niet kunnen

Expansie leidt tot lege vijvers
Ze leken uit de grond te springen, die Afhaalpunten. Natuurlijk onder leiding van Albert Heijn die maar gelijk pretendeerde het fenomeen uitgevonden te hebben! (Dat hadden ze niet, al in 2006 opende The Food Factory in Alkmaar zo’n afhaalpunt in de eigen parkeergarage). En met dat springen viel het ook wel wat mee, tenslotte is het Sligro initiatief al na een half jaar weer afgeblazen.
Waarom die supermarkten dat doen? Gewoon, deels omdat ze er nauwelijks in slagen hun steeds grotere filialen tussen al die andere rendabel te krijgen, deels omdat ze geen kans zien met hun formule in bepaalde gebieden door te dringen. Maar, natuurlijk, hoe méér grotere supermarkten er komen, én dan nog die afhaalpunten erbij, des te moeilijker het is om winst te maken, gewoon teveel vissers in dezelfde vijver!

Clicks naast Bricks
Supermarkten zien in dat internet een nieuwe mogelijkheid om méér omzet te scoren, nét zoals ze dat blijven zoeken in steeds langere openingstijden, in openstelling op zondag, of (AH XL voorop) in het verkopen van steeds meer non-food artikelen.
Extra omzet die broodnodig is om hun, op een verouderd concept gebaseerde, fysieke winkels rendabel te houden. Want tenslotte kost élke extra vierkante meter geld: in huur, in energie, in personeel én in voorraad!
Maar helaas consumeren die consumenten nu eenmaal niet méér voedsel dan ze aan kunnen, en het aantal consumenten stijgt nauwelijks. Dus moeten die kosten worden terugverdiend door méér klanten te trekken, die klanten een steeds breder assortiment te bieden en door stelselmatig de prijzen te verhogen. En door naast die bestaande winkels webshops te openen. Albert Heijn nam, toen de eigen webshop wel érg moeilijk van de grond kwam, zelfs Nederlands 2e webshop, Bol.com, over. Die expansie gaat natuurlijk ten koste van concurrerende supermarkten (en steeds minder van ‘kleine winkeliers’ omdat die al eerder in groten getale het loodje legden). Ketens die met franchisers werken (zoals Albert Heijn) zitten recentelijk met hun grootste filialen niet alleen hun eigen filialen in de weg, maar ook die franchisers. Dat leidt, terecht, tot een groeiende onrust onder die groep ondernemers.
Eén ding is duidelijk, of men nu met webshops begint, met non-food, of, zoals JUMBO, met “food-beleving”, de omzet móet omhoog, en daarmee het aantal klanten én hun winkeltrouw. Dát kan alleen als het aantal supermarkten sterk gaat dalen, ten koste van bereikbaarheid, diversiteit én keuzemogelijkheid. Daarmee daalt ook het aantal winkelcentra. Dat laatste is winst voor supermarktketens, maar een gevoelig verlies voor de leefbaarheid.

Feniks of behoudzucht?
Het aloude adagium van Frederik de Grote “Wie alles wil behouden, behoudt niets” ten spijt, lijkt het erop dat onze supermarkten álles willen veranderen, behalve zichzelf. Kortom, er komt steeds meer bij, en er gaat, vrijwillig, niets af. Dat geldt voor de AH afhaalpunten, dat geldt voor Stationswinkels, ‘Cityformules’ of de “Hybride” winkels van Hoogvliet. Nergens is ook maar een spoor te ontdekken van ‘De Nieuwe Winkelier’ die in deze blogs uitgebreid wordt besproken. Tenslotte kunnen individuele klanten toe met 200 producten, maar kunnen ze kiezen uit 20.000! Kortom, supermarkten zouden heel veel geld kunnen besparen door het gros van hun assortiment niet in hun bestaande winkels, maar via hun webshops aan te bieden. Als ze dat vervolgens ook nog bezorgen, ontzorgen ze gelijk het groeiend deel van hun minder mobiele klanten. Daarmee zouden ze voldoen aan wat ze beweren, namelijk dat al die ontwikkelingen in het belang zijn van ál hun klanten! Wat niet in de winkel verkrijgbaar is, kan die klant natuurlijk, vanaf huis, vanaf elders, of vanuit de winkel op het internet bestellen, en vervolgens óf afhalen, óf laten bezorgen. Maar daarvoor moeten ze het durven om hun huidige winkelformules opgeven, en de nieuwe als een feniks, uit de as van de oude, laten opvliegen.

Afhaalpunten onnodig en onwenselijk
Supermarkten kunnen dus óf de resterende ruimte gebruiken voor extra (non-food) productgroepen, óf voor meer ‘foodbeleving’, óf ze kunnen een nú te kleine vestiging gewoon handhaven. In ieder geval blijft zo de huidige infrastructuur gehandhaafd, gloort er weer hoop voor onze buurt-, wijk- en dorpscentra, en wordt de gemiddelde afstand tussen supermarkt en klant, door sluiting van de kleinere winkels, niet elk jaar groter. Door, óf individueel, óf collectief (voor het hele winkelcentrum) de gekochte spullen te bezorgen, spelen de betrokken winkeliers in op het fenomeen van de ‘participatiemaatschappij’ waarbij het groeiende contingent ouderen steeds langer in het eigen huis zal blijven wonen. Afhaalpunten daarentegen vergroten het aantal vissers in dezelfde vijver, waardoor bestaande winkels noodgedwongen moeten sluiten, en de klant juist steeds verder van ‘zijn’ winkel komt te wonen. Daarbij richten ze zich vooral op díe klanten die al mobiel genoeg zijn om hun levensmiddelen ook bij de bestaande supermarkten te halen. Daarmee is het eigenlijk vooral een a-sociale ontwikkeling!

Afhaalpunt haaks op gemeentelijk beleid
Er zijn maar weinig gemeentes die niet inzien dat verspreide bewinkeling ongunstig is voor de ontwikkeling van dorpen, wijken en steden. Wat ze wellicht niet door hebben is dat die “afhaalpunten” door toepassing van moderne communicatietechnieken heel gemakkelijk kunnen gaan functioneren als ‘gewone’ winkels. Het zijn géén puur logistieke operaties die op een industrieterrein gevestigd kunnen worden. Nee, voor zover ze dat al niet zijn, kunnen ze, via het internet, heel gemakkelijk worden omgebouwd tot afhaalwinkels die daar NIET thuishoren. Winkels volgens het ‘Kijkshop’ principe, waarbij de bekende vitrines en bestelkaarten zijn vervangen door Smartphones, Phablets en Tablets, aangevuld door touchscreens op de parkeerplaats. Naast dat die afhaalpunten, zoals hierboven betoogd, buiten de officiële winkelgebieden maatschappelijk ongewenst zijn, staan ze ook op gespannen voet met het gemeentelijk beleid om nou juist géén retailactiviteiten op industriegebieden toe te staan. Want Afhaalpunten vormen geen service aan het publiek, maar zijn een regelrechte aanslag op de toch al zo kwetsbare leefbaarheid van dorpen, wijken en stadscentra. Ze zijn absoluut geen innovatie, maar vooral een ‘slimme’ poging om een verouderd retailconcept te handhaven, en het vigerende retailbeleid van de gemeenten te omzeilen!