ZPP-ers, smeerolie van Nieuwe Winkeliers

“De” ZZP-er
Deze week hoorde ik minister Henk Kamp het probleem weer eens simplificeren: “De” ZZP-er moest gesteund worden om te groeien en straks werkgelegenheid te bieden aan meerdere mensen. Blijkbaar is dát voor politici van vandaag de realiteit en is hen, hoe vaak zij het woord ook uitspreken, innovatie in wezen volmaakt onbekend. Dat stemt, in een tijd waarin alle zekerheden ondersteboven worden gegooid, toch wel triest.
Blijkbaar is dit de manier waarop ‘de politiek’ met problemen omgaat: Alle betrokkenen worden, mét hun vaak zo diverse problematiek, op één hoop gegooid, waarna er een uniforme ‘oplossing’ wordt geboden waaraan niemand wat heeft. Om vervolgens voor allerlei groepen en subgroepen zoveel uitzonderingen te creëren, dat binnen de kortste keren niemand meer begrijpt waar het nu eigenlijk over gaat. Zo devalueert ons parlement zich tot een groep wereldvreemde kletskousen die ‘regeren’ over een gemeenschap die helemaal niet bestaat! Dát is precies wat we hen zien doen bij het moderne verschijnsel “Zelfstandige Zonder Personeel”!
Helaas ligt het probleem niet alleen bij de politiek, maar ook bij het bedrijfsleven als geheel, en zelfs, niet in de laatste plaats, bij de ZZP-ers!

Het containerbegrip ZZP
In de praktijk zijn er drie hoofdgroepen die als ZZP-er worden aangemerkt, maar die eigenlijk niets met elkaar van doen hebben:
1. Ondernemers die, in de opvatting van Kamp, als zelfstandige zonder personeel een bedrijf beginnen, met als doel ooit tot een middelgroot of groot bedrijf te groeien. Dat zal in de praktijk vaak niet lukken, maar de intentie is er wel.
2. Ondernemers tegen wil en dank die, vaak ontslagen uit een vaste baan zonder veel perspectief op een nieuw dienstverband, in arren moede maar besluiten zich in te schrijven als ondernemer. Met vaak de ultieme droom via deze weg uiteindelijk weer een veilige baan te krijgen. In wezen “Uitzendhulpen Zonder Uitzendbureau” (UZU).
3. Ondernemers die hun (super-)specialistische kennis willen toepassen in verschillende bedrijven, door zich bewust te concentreren op werkzaamheden die hun specialisme vereisen, een specialisme waarvoor een bedrijf geen fulltime medewerker kan en wil aantrekken. Deze ZZP-ers zullen actief werken aan de ontwikkeling binnen hun specialisme en van hun specialisme. Werk dat daarbuiten valt, zullen ze weigeren. Integendeel, daarvoor zullen ze proberen andere ZZP-ers binnen hun eigen netwerk in te schakelen, zodat ‘de klant’ altijd een optimale oplossing kan verwachten.
Waar de eerste twee beschrijvingen vallen binnen de klassieke verdeling tussen ‘ondernemers’ en ‘loonslaven’, vormt de (kleine) derde groep in wezen de kern van wat ‘het nieuwe werken’, ‘de nieuwe onderneming’ en, jawel, ‘de nieuwe winkelier’ zou moeten worden. Uiteindelijk zullen het alleen degenen uit de derde groep zijn die zich trots met de titel ZZP-er kunnen en zullen tooien. Waarom?

Starters
Als je, door het ondernemersvirus gedreven, vanuit je letterlijke of spreekwoordelijke ‘garage’ een bedrijf opstart, concentreer je je misschien wel op een deelmarkt, maar nooit op één bepaald aspect van dat ondernemerschap. Integendeel, vanuit je intentie te groeien, zul je je met alle facetten van dat ondernemerschap bezig moeten houden, uiteraard in de hoop een groot deel daarvan later aan medewerkers over te kunnen laten. Voor hen is het ZZP-er-schap slechts een fase die ze zo snel mogelijk achter zich willen laten.
Zoals dat al vele eeuwen gebeurt!

Zelfstandigen Zonder Perspectief
Deze groep had een vaste baan, werd wellicht binnen hun bedrijf zelfs als ‘specialist’ gezien, maar komt er in de praktijk snel achter dat hun ‘specialisme’ in de grote wereld als dertien in een dozijn telt. Ze zijn vaak binnen de bedrijfsmuren zo smal opgeleid dat ze buiten dat ‘specialisme’ nauwelijks inzetbaar zijn. Maar eenmaal buiten, blijkt hun competentie absoluut te breed en te laag om hun meerwaarde als gespecialiseerde zelfstandige binnen andere bedrijfsorganisaties te gelde te maken. In de praktijk pakt men alles aan wat ook maar op het ‘oude werk’ lijkt, en wordt deze groep, helaas zonder sociaal vangnet, door bedrijven gebruikt als ‘uitzendhulp’.
Ze zijn ‘Zelfstandigen Zonder Perspectief’, als ondernemer of als werknemer.

Echte ZZP-ers
De echte ZZP-er heeft zich, vanuit theorie én praktijk, bewust gespecialiseerd in een vakgebied waar binnen veel bedrijfsorganisaties werk is, maar onvoldoende om er intern een specialist op te zetten. De praktijk is dat ze hier een uur in de week werken, daar een halve dag en elders drie dagen in de maand. Werk wat ze deels op locatie doen, deels op een variabele werkplek, deels thuis. Werk dat ze noodzakelijkerwijs maar een beperkt aantal dagen per week kunnen doen, en daarnaar betaald moeten worden, omdat ze zich immers blijvend moeten ontwikkelen om hun status als (super-)specialist waar te kunnen maken. Dít zijn de mensen die voor iedereen ‘het nieuwe werken’ mogelijk maken.
De ZZP-er als nieuw fenomeen, en als een nieuwe impuls, binnen het bedrijfsleven.

Behoudzuchtige bedrijven
Een specifiek probleem is dat bedrijven moeten leren werken met deze échte specialisten. Ze moeten niet alleen onderscheid maken tussen kernactiviteiten (waarvoor INTERNE knowhow cruciaal is) en ondersteunende activiteiten waarvoor échte specialisten meer waar voor hun geld leveren. Ze moeten zich realiseren nog veel personeelsleden in dienst te hebben die in een veelheid van taken maar matig presteren, waardoor ook de prestatie van het bedrijf als geheel wordt gelimiteerd. Door die taken in handen te geven van gespecialiseerde ZZP-ers, stijgt de prestatie van het bedrijf, en daarmee haar concurrentiekracht, tegen, ondanks het hogere uurloon, lagere kosten. Tenminste, als het management zich aan deze nieuwe situatie aanpast.

Winkelier zonder Personeel
Als er natuurlijk één groep behoudende ondernemers bestaat, dán is dat de groep retailers. Pas als ze zich bekeren tot het principe van ‘De Nieuwe Winkelier’ of een ander modern business model, zullen ze zich ook realiseren géén tijd meer te hebben om allerlei klussen in en rond de winkel te doen. Omdat ze al hun tijd moeten besteden om, in winkel én geïntegreerde webshop, met klanten, potentiële klanten of leveranciers bezig te zijn. Dát geeft ruimte voor ZZP-ers die de ramen zemen, de winkel schoonhouden, display’s plaatsen, bestellingen bezorgen, of de administratie doen. Het geeft zelfs ruimte aan zelfstandige specialisten die tijdelijk het werk van die ondernemers kunnen overnemen, bij vakantie, ziekte, of wanneer er een symposium, workshop of beurs bezocht moet worden.

Oude Glorie stinkt!

We mogen ons best wel eens afvragen waarom het zolang duurt voor al onze nieuw verworven ICT mogelijkheden nou eindelijk eens leiden tot werkelijke vernieuwing van het Retail vak, tot een werkelijk antwoord op het verschijnsel van het Nieuwe Winkelen. Tot op heden zie ik eigenlijk alleen maar gefrutsel met web shops, zonder dat er ook maar iets ziet veranderen in winkels en winkelcentra, op de snel groeiende leegstand na dan. Ook in Veenendaal of Veghel om maar eens een paar voorbeelden te noemen.

Zo doen we het nu eenmaal
Ik ben opgegroeid in de tijd dat je, als zoon van een middenstander, gewoon de klussen deed die je vader te ‘vroeg’ te doen. Zonder dat daar iets tegenover stond. Tegelijkertijd heb ik er wel voor gezorgd niet de 10e generatie slager in het Friese Koudum te worden. Niet omdat ik dat ‘te min’ zou vinden, wel omdat mijn vader slechts de beste slager van het dorp wilde zijn, en ik aan een hele keten slagerijen dacht. Een té groot verschil in ambitie dat zich nooit had laten oplossen. Zijn manier was dé manier.
Helaas kom ik dat verschijnsel al jaren tegen, bij kleine, middelgrote én heel grote retailers, overigens. De laatsten gebruiken dure woorden, maar hun houding is niet anders: “Het gaat slecht, het moet ook beter, maar wel op ónze manier”.
Dat er ook andere manieren zijn om hun eigen doelstellingen te behalen, het komt niet eens in hen op: “Zo doen we het nu eenmaal!”
Dus doen ze graag mee aan moderne snufjes als webwinkel en sociale media, in de hoop dat dit hun ‘oude glorie’ wel weer nieuwe glans geeft. Helaas zijn er genoeg ‘adviseurs’ te vinden om hen in dit sprookje te laten geloven.
Intussen verdwijnt de ene na de andere formule uit onze winkelcentra, en komen daar slechts tijdelijke pop-ups en fraaie posters voor terug.

Verandering, of Innovatie
en een nieuwe weg durft in te slaan. Innovatie is geen handeling, maar een proces waarbij je permanent je omgeving in de gaten houdt, je markt én je concurrent, nieuwe technologieën en nieuwe maatschappelijke en politieke verhoudingen. Om vervolgens, als ondernemer, je financiële en organisatorische mogelijkheden, kennis en ervaring continu te combineren met nieuwe kansen. Waarbij je bestaande marktposities gebruikt als lanceerplatform voor nieuw succes. Feniks Marketing, om mijn (enige) bijdrage aan het marketing jargon naar voren te halen. Nieuw succes opstijgend uit de rook van het vorige succes.

Actieve Inertie
Harvard coryfee Donald Sull beschrijft in ‘Revival of the Fittest’ de situatie bij veel ondernemers als ‘Actieve Inertie’. Ze werken zich een slag in de rondte, maar schieten er niets mee op. Hoe hard ze ook werken, het lijkt alsof de zaken gewoon elke maand slechter gaan. En uiteindelijk geven ze, uitgeblust, op. Té vaak gedwongen.
Ondernemers die niet kúnnen én willen geloven dat alles wat hen vroeger succes en inkomen opleverde, er nu niet meer toe doet. Succesfactoren van toen hangen als Molenstenen om hun hals. Hun beeld van de concurrentie is verstard, hun handelen routinematig, relaties uit het verleden blokkeren nieuwe initiatieven, oude ‘normen en waarden’ tot lege dogma’s. Hun bedrijf komt piepend tot stilstand op de oude weg, terwijl de maatschappij allang een afslag nam.

Nieuwe Start, of Faillissement?
Veel te veel ‘adviseurs’ maken misbruik van deze ‘actieve inertie’ door hun klanten ‘gemakkelijke’ oplossingen te bieden die in de complexe praktijk niet werken. Mediawinkel POLARE omringde zich zelfs met de crème de la crème van de Nederlandse webspecialisten, maar ging toch binnen de kortste keren ten onder. Want als je aanbod, als geheel, niet aansluit bij de mogelijkheden in de markt, helpen die nieuwe commerciële en logistieke technologieën je niet. Die verhogen alleen je kosten, zodat het einde sneller komt…..
De énige manier is het maken van een compleet nieuwe start: De Feniks!

Nieuw Concept
Het is, in essentie, betrekkelijk eenvoudig om je. via innoverende concepten als ‘De Nieuwe Winkelier’ voor Stadscentra, weer in de gunst van de consument te wurmen.
Stel vast waar je nú staat (A), zoek uit wat je mogelijkheden zijn in de toekomst (B), en stippel uit hoe je van A naar B komt.
Natuurlijk moet je daarvoor hulp inroepen, je bent immers zelf allang een onderdeel van je probleem. De één kan daarvoor een bureau of adviseur inhuren, anderen kloppen aan bij een instelling als het ‘Ondernemersklankbord’ OKB. Zet mét die adviseur de eerste stap naar een nieuwe toekomst, want hoe dan ook, het blijft jouw bedrijf, en jouw toekomst.
En laat het verleden aan de historici.

Succes verzekerd?
Natuurlijk niet!
Vaak, maar niet altijd zal er een toekomst zijn, om wat voor reden dan ook. In veel gevallen had al veel eerder ingegrepen moeten worden, in andere gevallen zal ook de bank over de eigen schaduw heen moeten springen. Vrijwel altijd zal er weer hard aan getrokken moeten worden, wil de gewenste toekomst gerealiseerd worden. En niet altijd zal, ook niet met een nieuw doel voor ogen, de inspanning het juiste resultaat afwerpen. De consument is nu eenmaal wispelturig, en de concurrentie zit ook niet stil.
Maar hoe het ook afloopt, je hebt het tenminste geprobeerd, en gaat in het slechtste geval strijdend ten onder.
Dan hoef je jezelf niets te verwijten, en kun je met opgeheven hoofd overgaan naar de rest van je leven.