Miss Etam Vernieuwt?

Verkeerde Touwtje

Bij hun plan met Miss Etam trekt de nieuwe eigenaar Roman & Stern weer eens aan het verkeerde touwtje: Kostenbesparingen. Ze eisen, in navolging van V&D, van de verhuurders van de 200 vestigingen een forse huurverlaging, en als die niet wordt gegeven gaat de winkel dicht en staat het personeel op straat. Daarbij gaan ze eraan voorbij dat een winkel van 500 m2 aanmerkelijk gemakkelijker te verhuren dan één van 5000 m2! De kans dat het ook hen lukt om met hun verhuurders op één lijn te komen is niet zo groot, ook al omdat ook andere verhuurders met dezelfde claim van hun huurders worden geconfronteerd. Kortom, de hele vastgoedmarkt is dan voor vele jaren op een (te) laag niveau gedrukt. Nee, dit is duidelijk een heilloze weg, en ook een onbegaanbare weg. Immers, wanneer ze de helft van die winkels sluiten is Miss Etam Miss Etam niet meer, niet voor de klant, en zeker niet voor de leveranciers. Daarbij is kans dat daardoor de omzet, en daarmee de bruto winst, veel sneller verdwijnt dan de kosten (De Schaar), is immers levensgroot? Daarbij is het een onnodige weg, omdat de nieuwe eigenaars hun doelstelling, een hoger rendement, veel gemakkelijker, en voor alle partijen acceptabeler, kunnen realiseren via het concept van De Nieuwe Winkelier. Ook al omdat het bedrijf haar webshop al op een hoog peil heeft gebracht, kan het veel verwachten van de volledige integratie van winkel en webshop binnen dit concept.

Het nieuwe Miss Etam

Als “Nieuwe Winkelier” kan het bedrijf met de helft van de huidige oppervlakte toe, en kan binnen haar huidige winkel andere winkelketens, zoals, in dit voorbeeld, schoenenketen Dolcis en lingerieketen Livera, kwijt. En dan past er ook nog wel een koffieshop in. Als die zich allemaal op dezelfde klant (doelgroep) richten, worden ze gezamenlijk voor die klant aantrekkelijker dan nu afzonderlijk. Bijgaand vlekkenplan maakt wel duidelijk hoe e.e.a. er dan uit komt te zien.

Fotoetam

Dit betekent wel dat Miss Etam in plaats van voor 600 vierkante meter van nu nog maar voor 233 meter huur hoeft te betalen. Op basis van een huurprijs van € 250 per m2 per jaar scheelt dat ruim € 90.000 per jaar. En ze hebben 200 vestigingen, dat scheelt dus 18 miljoen per jaar! Daarbij kan de formule toe met nog maar de helft van het personeel, dat immers veel minder vierkante meters en minder artikelitems moet bewerken, en daarbij nog wordt ondersteund door de vele beeldschermen die binnen deze geïntegreerde bricks&clicks formule’s een grote rol spelen. Men kan verder fors besparen op voorraadkosten, en uiteraard worden nu ook energiekosten, schoonmaak, precario en dergelijke gedeeld met de andere drie huurders van dit pand. De omzetschade die wordt geleden omdat niet alles meer in de winkel voorradig is, kan gemakkelijk worden gecompenseerd door de aanzwellende webverkopen en de synergie-effecten van vier formules die zich elk, via winkelinrichting, assortiment én webshop, op dezelfde doelgroep richten. Je hoeft geen groot bedrijfskundige te zijn om in te zien dat Roman&Stern met deze ommezwaai veel meer kosten bespaart dan via hun huidige benadering van de verhuurders, zelfs al ze die huurverlaging realiseren. En dat deze operatie, ook m.b.t. de effecten op het personeel, veel geleidelijker verloopt dan het plotseling sluiten van hele winkelpanden, terwijl merkwaarde én omzet hierbij gespaard worden. Daardoor is een dergelijke opzet duurzamer én maatschappelijk verantwoord. En dat het samengaan van winkels leidt tot compactere Stadscentra? Wie is daar, behalve de betrokken eigenaren, heden ten dage nog op tegen?

De Nieuwe Winkelier

Op deze site heb ik vanaf 2012 al 36 blogs gepubliceerd, allemaal gericht op wat het concept ‘De Nieuwe Winkelier’ is, wat het voor winkeliers en winkelcentra betekent, en hoe het bij verschillende winkelketens, nu Miss Etam, geïmplementeerd zou kunnen worden. Het concept komt, ook voor Miss Etam, op het volgende neer:

1. Accepteer het gegeven dat de assortimentsdelen steeds minder aan bijdrage opleveren naarmate ze verder af staan van het Kern Assortiment van de formule;

2. Bouw het Aanvullend Assortiment, dát deel wat een consument niet zoekt bij de formule (bijvoorbeeld schoenen, tassen of lingerie) helemaal af (zoals in dit voorbeeld logisch is) of biedt het alleen digitaal (via andere aanbieders) aan;

3. Bouw het assortiment op vanuit dat deel wat voor de doelgroep kenmerkend is voor de formule, het kernassortiment, en zorg voor dynamiek door dit kernassortiment met steeds andere delen van het randassortiment te doorspekken;

4. Biedt het hele assortiment (Kernassortiment én Randassortiment) aan op de website, waar de artikelen middels grote beeldschermen in de winkel, vanaf huis of mobiel besteld kunnen worden;

5. Maak overeenkomsten met andere winkelketens en/of horecaondernemers om hun assortiment geheel of gedeeltelijk in de oorspronkelijke winkel aan te bieden, elk vanuit de eigen kracht, maar wel met een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het geheel.

Fotonieuwewinkelier

Omnichannel

In mijn voorgaande blog ben ik uitgebreid ingegaan op het begrip Omnichannel. En op het feit dat het exploiteren van een webshop náást de oorspronkelijke fysieke winkelformule geen soelaas biedt voor de uitdagingen van nu en in de toekomst. Miss Etam is één van de vele fashionformules die in het pre-web tijdperk tot bloei zijn gekomen, maar nu, qua business model, hopeloos achter lopen. Natuurlijk hopen veel andere fashionretailers stiekem dat Miss Etam het niet gaat redden. Maar als zijzelf niet écht in gaan spelen op de nieuwe mogelijkheden van het internet, zullen ook zij hun volgende lustrum niet vieren.

Www.éénheidsworst.nl

Het Nieuwe Winkelen
Op basis van het concept van Het Nieuwe Winkelen, gepromoot door Cor Molenaar, werd door het voormalige Hoofdbedrijfschap Detailhandel in het centrum van Veenendaal een proef met bricks&clicks opgezet. De webapplicatie biedt dat Stadscentrum, naast een website ook een gemeenschappelijke webshop. Via deze oplossing wilde de HBD de overstap naar dat nieuwe winkelen voor de winkeliers zo laag mogelijk te houden. Elk bedrijf kon producten op het internet aanbieden zonder zelf een applicatie te laten ontwikkelen. Zodat die Veenendaalse winkeliers met hun winkel gewoon verder konden zoals ze gewend waren. Intussen proberen steeds meer Stadscentra dat eigen wiel uit te vinden, al zijn er inmiddels universeel toepasbare oplossingen voorhanden. Universele applicaties leveren natuurlijk sneller betere resultaten op, en dat tegen lagere kosten, minder werk en minimale frustratie. Het ligt toch voor de hand dat de perfecte oplossing voor stadscentrum A met minimale aanpassingen ook voor stadscentrum B zal werken? Er zullen vast nog wel meer aanbieders komen, maar een systeem dat zich inmiddels wel voor middelgrote stadscentra heeft bewezen is Bazaroo. (http://www.bazaroo.nl)

De Nieuwe Winkelier
Het concept van De Nieuwe Winkelier, zoals in deze blogserie besproken, is echter gebaseerd op volledige integratie van fysieke winkel en webshop tot één nieuwe, compacte, winkelformule. Vergeleken met de op dat HBD concept gebaseerde websites, is De Nieuwe Winkelier een aanzienlijk innovatievere, meer duurzame, stap naar de nieuwe wereld van de consument in het internet tijdperk. Waarom?
1. Het is natuurlijk bijna ondoenlijk om alle producten die in al die winkels worden aangeboden, via die ene webwinkel aan de klant aan te bieden. Een beetje supermarkt heeft zomaar 20.000 productitems (SKU’s) in de schappen, een grote drogisterij al snel het dubbele. Het is maar de vraag of de consument op zoveel keus zit te wachten.
2. Producten worden binnen winkelformules in één specifieke context aangeboden, met een voor die formule logische waarde/prijs verhouding, maar, verdeeld over het hele winkelcentrum, zullen dupliceringen, met verschillende prijzen voor dezelfde producten vaak voorkomen.
Het resultaat laat zich raden. Alleen de laagste prijs telt….
3. Het is voor de ‘pure players’ een peulenschil om zich in deze strijd te mengen, waarbij ze, met hun lagere operationele kosten, gemakkelijk tegen de laagste prijs kunnen leveren. Dát zal toch nooit de bedoeling kunnen zijn.
4. In wezen, en Bazaroo afficheert zich ook als zodanig, biedt een dergelijke webshop een ‘warenhuis op het internet’ dat niet alleen het fysieke stadscentrum deels overbodig maakt, maar ook van de individuele formules van de betrokken winkels geen spaan heel laat. Daarbij, er zijn er al zoveel.
Een modern Stadscentrum biedt diversiteit in branches, aanbod, beleving én prijs. Daarom is het juist belangrijk de individuele uitstraling van de winkelformules te versterken. Het HBD concept laat de winkels zoals ze waren, en maakt van het aanbod op het internet eenheidsworst Op die manier vormt dat HBD concept eerder een blokkade dan een opstapje op weg naar Retail 3.0.

Stadscentrum 3.0
Deze schijnbare tegenstelling, webwinkel Stadscentrum versus de geïntegreerde operatie van De Nieuwe Winkelier, kan gemakkelijk worden opgelost door de web applicatie op twee niveaus uit te werken, winkel én winkelcentrum, en deze vervolgens te integreren.

Tenslotte is ook binnen de traditionele retail de aantrekkelijkheid van individuele winkels medebepalend voor de aantrekkelijkheid van het hele Stadscentrum, zoals dat omgekeerd ook het geval is. Dát geldt ook op het internet. Kortom, als retailers hun stadscentrum, fysiek én virtueel, tot ‘the place to be’ voor de hele bevolking willen maken, is het niet voldoende de eigen formule aan te pakken, dat moet ook voor het Stadscentrum als geheel.
Fysiek zullen die Stadscentra compacter moeten worden door heroriëntatie op branches en winkelformules die alle functioneren binnen het ‘recreatief winkelen’. Op dat punt zijn Molenaar en ik het tenminste eens. Zo’n Stadscentrum vormt zo, fysiek én via de eigen website, een optimale vestigingsplaats voor (nieuwe) winkeliers, horeca en instellingen op het gebied van overheid, cultuur, recreatie en welzijn. En een paraplu waaronder al die deelnemers kunnen floreren doordat dit Stadscentrum steeds meer bezocht gaat worden.

Paraplu
Kortom, de website van dat stadscentrum moet geïntegreerd worden met de websites van de onderscheiden winkelformules, horeca en instellingen. Dan wordt consumenten niet alleen de volle breedte van het aanbod getoond, maar worden deze, liefst op basis van allerlei individueel relevante aspecten, doorverwezen naar de websites (en webshops) van de verschillende bedrijven en instellingen binnen dat stadscentrum.

Daarnaast biedt die algemene website elke deelnemer de mogelijkheid om steeds actuele informatie én aanbiedingen te tonen. Aanbiedingen die van uur tot uur verschillen, en die natuurlijk, in de (noodzakelijke) vrije WIFI omgeving, ook op Smartphones en Tablets te zien zijn. Pop-ups wijzen de winkelende klant op tijdelijke voordeeltjes die hij of zij anders wellicht gemist zou hebben. Natuurlijk komt de consument hiermee automatisch in de webomgeving van de betrokken Nieuwe Winkelier terecht, kan daar zaken doen, in winkel én webshop, maar komt daarna weer gewoon terecht op de website (portal) van zijn Stadscentrum.

De huidige gemeenschappelijke webshop kan blijven functioneren voor alle deelnemers die, om wat voor reden dan ook, nog niet toe zijn aan Retail 3.0.

Dat deze systemen áltijd vanuit een centrummanagement moeten worden gecoördineerd, en via sociale media ondersteund, is, conform eerdere blogs, evident.
De gemeenschappelijke website wordt zo een veilige paraplu voor alle deelnemers, én voor alle consumenten die dat Stadscentrum steeds meer gaan waarderen.

Winkelier Zonder Personeel

WZP-ers
De Nieuwe Winkeliers zullen niet allemaal zonder personeel werken, maar een groeiend deel wel degelijk, die worden Winkelier Zonder Personeel! En als je met een aantal ondernemers in één winkelruimte werkt, kan dat ook best. Op zaterdag een hulpkracht erbij, dat moet het voor de meeste winkeliers wel te doen zijn. En omdat ze allemaal met hetzelfde probleem te maken hebben, zal het nooit een punt zijn om er, voor de lunch, afspraak, of privé break, eens een uurtje tussenuit te gaan. Met z’n alleen één kassasysteem, scanner en PIN automaat gebruiken is ook administratief geen enkel probleem. Ja, ze moeten elkaar een beetje vertrouwen, maar tenslotte zitten ze allemaal in hetzelfde schuitje. Het webshop beheer zullen ze met iPads moeten regelen, en de logistiek kunnen ze beter uitbesteden. Zo komen we vanzelf op de rest van dit blog.

WZP = ZZP
Je kunt je als winkelier, zie eerdere blogs, beperken tot een gespecialiseerd aanbod voor je klanten, en daarmee jezelf zowel winkelruimte, als voorraad, als energie en personeel besparen. Alleen betekent dat wel dat je, bij zo’n 24/7 bereikbare bricks&clicks formule, in je fysieke winkel keuzes moet maken. Die keuze is voor een Nieuwe Winkelier natuurlijk niet moeilijk: die kiest voor de klant. Goederen aanschaffen is immers veruit het simpelst via de geïntegreerde webshop, dus áls de klant in de winkel komt, verwacht deze wel persoonlijke aandacht! En dat betekent dat die Nieuwe Winkelier zich zo weinig mogelijk kan bezighouden met allerlei zaken die hij, of zij, ook een ander kan laten doen. Dingen als boekhouding, schoonmaak, catering, winkelopmaak en dergelijke, waarmee ondernemer en personeel zich decennialang bezighielden op klantloze (en helaas ook wel op andere) momenten. Daarvoor maakt de Nieuwe Winkelier gebruik van één van de vele daarop gespecialiseerde ZZP-ers. Zo leidt het Nieuwe Winkelen, via de Nieuwe Winkelier, tot de flexibele Nieuwe Economie waarover zoveel politici vooral praten. Winst voor de WZP-er betekent dus ook winst voor de ZZP-er.

Webshop
Tussen die fysieke klantcontacten om hebben de Nieuwe Winkeliers wel tijd om zich bezig te houden met de klanten die hun webshop bezoeken. En ook met hun leveranciers. Maar het ligt wel voor de hand die leverancierscontacten zo simpel mogelijk te houden. Ach, in wezen is er niet zoveel veranderd, vergeleken met de tijd vóór het internet. Tenslotte zijn de drogisten die ik eind zeventiger jaren onder de logistieke paraplu van Interpharm (nu DA) bracht, ook rijker geworden dan hun collega’s die dat allemaal op eigen houtje wilden regelen. De ondernemers die, ook in dit nieuwe tijdperk, nog in franchiseverband werken, zullen van die organisatie eisen zich ook bezig te houden met de verwerking én de aflevering van de via het web, vanaf huis, óf vanuit de winkel, bestelde goederen. Zo niet, dan vervalt de meerwaarde ervan voor de Nieuwe Winkelier. Zie mijn voorgaande blog. Anderen zullen samenwerken met de webshop van fabrikanten of importeurs. De rest zal mét anderen, daarvoor een organisatie opzetten, of, liever nog, gaan deelnemen in de organisatie van derden die zich met opslag, verwerking en aflevering van goederen bezighouden. Het vergt wat geregel, maar uiteindelijk zal iedere betrokkene er wel bij varen zich vooral met díe dingen bezig te houden waar hij of zij persoonlijk de meeste meerwaarde uit kan halen. En niemand geeft nog geld uit voor zaken die niet, of niet op dat tijdstip, noodzakelijk zijn!

Winkeltijden
Als je het ze vraagt, zullen klanten zeggen dat winkels ook op de meest onmogelijke tijdstippen open moeten zijn. Ze willen 24/7 kúnnen winkelen, alleen, ze dóen dat meestal niet. Anders zouden de, al lang bestaande, avondwinkels toch goud geld verdienen? Ook winkels op traffic locaties (als AH-to-Go) zijn min of meer vanuit hun opzet het grootste deel van de dagen geopend. Dat geldt ook voor de échte ‘toeristengebieden’, want al deze winkels en winkelcentra parasiteren immers op de mensen die daar om een andere reden rondlopen.
Maar in de meeste stadscentra lijkt ‘de winkelier’ niet door te hebben dat elke extra uitbreiding van capaciteit (assortiment én winkelopenstelling) gewoonlijk minder opbrengt dan de bestaande capaciteit (de “schaar”) Ook Nieuwe Winkeliers moeten zich permanent afvragen of verlengde winkeltijden wel werkelijk leiden tot een hogere winst. Die zal, in veel gevallen, immers meer gewenst, dan werkelijk zijn. En die klant kan, via zijn computer, zijn iPad of iPhone, immers toch altijd terecht voor gewenste aankopen? Aankopen die de klant vervolgens thuis kan laten bezorgen, bij één van het groeiend aantal ophaalpunten kan afhalen, of bij de winkel zelf.
Tenslotte moet klantvriendelijkheid wel geld opleveren, anders houdt mét de winkel ook die klantgerichtheid op te bestaan. Zoals, kortgeleden nog, de inwoners van Zwammerdam merkten, toen de enige dorpswinkel het voor gezien hield.
‘It’s in the mix’, dat weet ik ook wel, maar alles heeft zijn grenzen.
En zelfs voor een WZP-er is het leven meer dan de winkel!

De Klant Wint
De klant wint, met méér keus en méér aandacht voor wat hij of zij nou precies zoekt in een compacter stadscentrum. Want in die kleinere winkels zullen de assortimenten kleiner zijn, maar meer aanvullend en minder duplicerend. Binnen de gedeelde winkelruimtes zullen de beperkte assortimenten goed op elkaar zijn afgestemd. Bij de door WZP-ers gedreven winkels heeft de klant veel aandacht van de eigenaar. Een ideale situatie, want, topdrukte daargelaten, heeft de winkelier weer ALTIJD tijd voor zijn klant. Die klant weet ook, veel beter dan nu het geval is, wáár hij voor wát terecht kan. Dagelijkse boodschappen doet hij/zij in het eigen wijk-, buurt- en dorpscentrum, voor speciale dingen wordt een centrum voor grootschalige detailhandel, of een gespecialiseerde superwinkel bezocht. Voor een hele speciale beleving bezoekt die klant één van onze grote steden, maar voor de rest keert hij terug naar onze herboren stadscentra.
Die stadscentra hebben dan wel hun ‘franje’ verloren, maar zijn als geheel een stuk aantrekkelijker geworden als winkelgebied. In die compacte, dynamische, omgeving zal leegstand tot het verleden gaan behoren.