Miss Etam Vernieuwt?

Verkeerde Touwtje

Bij hun plan met Miss Etam trekt de nieuwe eigenaar Roman & Stern weer eens aan het verkeerde touwtje: Kostenbesparingen. Ze eisen, in navolging van V&D, van de verhuurders van de 200 vestigingen een forse huurverlaging, en als die niet wordt gegeven gaat de winkel dicht en staat het personeel op straat. Daarbij gaan ze eraan voorbij dat een winkel van 500 m2 aanmerkelijk gemakkelijker te verhuren dan één van 5000 m2! De kans dat het ook hen lukt om met hun verhuurders op één lijn te komen is niet zo groot, ook al omdat ook andere verhuurders met dezelfde claim van hun huurders worden geconfronteerd. Kortom, de hele vastgoedmarkt is dan voor vele jaren op een (te) laag niveau gedrukt. Nee, dit is duidelijk een heilloze weg, en ook een onbegaanbare weg. Immers, wanneer ze de helft van die winkels sluiten is Miss Etam Miss Etam niet meer, niet voor de klant, en zeker niet voor de leveranciers. Daarbij is kans dat daardoor de omzet, en daarmee de bruto winst, veel sneller verdwijnt dan de kosten (De Schaar), is immers levensgroot? Daarbij is het een onnodige weg, omdat de nieuwe eigenaars hun doelstelling, een hoger rendement, veel gemakkelijker, en voor alle partijen acceptabeler, kunnen realiseren via het concept van De Nieuwe Winkelier. Ook al omdat het bedrijf haar webshop al op een hoog peil heeft gebracht, kan het veel verwachten van de volledige integratie van winkel en webshop binnen dit concept.

Het nieuwe Miss Etam

Als “Nieuwe Winkelier” kan het bedrijf met de helft van de huidige oppervlakte toe, en kan binnen haar huidige winkel andere winkelketens, zoals, in dit voorbeeld, schoenenketen Dolcis en lingerieketen Livera, kwijt. En dan past er ook nog wel een koffieshop in. Als die zich allemaal op dezelfde klant (doelgroep) richten, worden ze gezamenlijk voor die klant aantrekkelijker dan nu afzonderlijk. Bijgaand vlekkenplan maakt wel duidelijk hoe e.e.a. er dan uit komt te zien.

Fotoetam

Dit betekent wel dat Miss Etam in plaats van voor 600 vierkante meter van nu nog maar voor 233 meter huur hoeft te betalen. Op basis van een huurprijs van € 250 per m2 per jaar scheelt dat ruim € 90.000 per jaar. En ze hebben 200 vestigingen, dat scheelt dus 18 miljoen per jaar! Daarbij kan de formule toe met nog maar de helft van het personeel, dat immers veel minder vierkante meters en minder artikelitems moet bewerken, en daarbij nog wordt ondersteund door de vele beeldschermen die binnen deze geïntegreerde bricks&clicks formule’s een grote rol spelen. Men kan verder fors besparen op voorraadkosten, en uiteraard worden nu ook energiekosten, schoonmaak, precario en dergelijke gedeeld met de andere drie huurders van dit pand. De omzetschade die wordt geleden omdat niet alles meer in de winkel voorradig is, kan gemakkelijk worden gecompenseerd door de aanzwellende webverkopen en de synergie-effecten van vier formules die zich elk, via winkelinrichting, assortiment én webshop, op dezelfde doelgroep richten. Je hoeft geen groot bedrijfskundige te zijn om in te zien dat Roman&Stern met deze ommezwaai veel meer kosten bespaart dan via hun huidige benadering van de verhuurders, zelfs al ze die huurverlaging realiseren. En dat deze operatie, ook m.b.t. de effecten op het personeel, veel geleidelijker verloopt dan het plotseling sluiten van hele winkelpanden, terwijl merkwaarde én omzet hierbij gespaard worden. Daardoor is een dergelijke opzet duurzamer én maatschappelijk verantwoord. En dat het samengaan van winkels leidt tot compactere Stadscentra? Wie is daar, behalve de betrokken eigenaren, heden ten dage nog op tegen?

De Nieuwe Winkelier

Op deze site heb ik vanaf 2012 al 36 blogs gepubliceerd, allemaal gericht op wat het concept ‘De Nieuwe Winkelier’ is, wat het voor winkeliers en winkelcentra betekent, en hoe het bij verschillende winkelketens, nu Miss Etam, geïmplementeerd zou kunnen worden. Het concept komt, ook voor Miss Etam, op het volgende neer:

1. Accepteer het gegeven dat de assortimentsdelen steeds minder aan bijdrage opleveren naarmate ze verder af staan van het Kern Assortiment van de formule;

2. Bouw het Aanvullend Assortiment, dát deel wat een consument niet zoekt bij de formule (bijvoorbeeld schoenen, tassen of lingerie) helemaal af (zoals in dit voorbeeld logisch is) of biedt het alleen digitaal (via andere aanbieders) aan;

3. Bouw het assortiment op vanuit dat deel wat voor de doelgroep kenmerkend is voor de formule, het kernassortiment, en zorg voor dynamiek door dit kernassortiment met steeds andere delen van het randassortiment te doorspekken;

4. Biedt het hele assortiment (Kernassortiment én Randassortiment) aan op de website, waar de artikelen middels grote beeldschermen in de winkel, vanaf huis of mobiel besteld kunnen worden;

5. Maak overeenkomsten met andere winkelketens en/of horecaondernemers om hun assortiment geheel of gedeeltelijk in de oorspronkelijke winkel aan te bieden, elk vanuit de eigen kracht, maar wel met een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het geheel.

Fotonieuwewinkelier

Omnichannel

In mijn voorgaande blog ben ik uitgebreid ingegaan op het begrip Omnichannel. En op het feit dat het exploiteren van een webshop náást de oorspronkelijke fysieke winkelformule geen soelaas biedt voor de uitdagingen van nu en in de toekomst. Miss Etam is één van de vele fashionformules die in het pre-web tijdperk tot bloei zijn gekomen, maar nu, qua business model, hopeloos achter lopen. Natuurlijk hopen veel andere fashionretailers stiekem dat Miss Etam het niet gaat redden. Maar als zijzelf niet écht in gaan spelen op de nieuwe mogelijkheden van het internet, zullen ook zij hun volgende lustrum niet vieren.

Advertenties

Winkelier Zonder Personeel

WZP-ers
De Nieuwe Winkeliers zullen niet allemaal zonder personeel werken, maar een groeiend deel wel degelijk, die worden Winkelier Zonder Personeel! En als je met een aantal ondernemers in één winkelruimte werkt, kan dat ook best. Op zaterdag een hulpkracht erbij, dat moet het voor de meeste winkeliers wel te doen zijn. En omdat ze allemaal met hetzelfde probleem te maken hebben, zal het nooit een punt zijn om er, voor de lunch, afspraak, of privé break, eens een uurtje tussenuit te gaan. Met z’n alleen één kassasysteem, scanner en PIN automaat gebruiken is ook administratief geen enkel probleem. Ja, ze moeten elkaar een beetje vertrouwen, maar tenslotte zitten ze allemaal in hetzelfde schuitje. Het webshop beheer zullen ze met iPads moeten regelen, en de logistiek kunnen ze beter uitbesteden. Zo komen we vanzelf op de rest van dit blog.

WZP = ZZP
Je kunt je als winkelier, zie eerdere blogs, beperken tot een gespecialiseerd aanbod voor je klanten, en daarmee jezelf zowel winkelruimte, als voorraad, als energie en personeel besparen. Alleen betekent dat wel dat je, bij zo’n 24/7 bereikbare bricks&clicks formule, in je fysieke winkel keuzes moet maken. Die keuze is voor een Nieuwe Winkelier natuurlijk niet moeilijk: die kiest voor de klant. Goederen aanschaffen is immers veruit het simpelst via de geïntegreerde webshop, dus áls de klant in de winkel komt, verwacht deze wel persoonlijke aandacht! En dat betekent dat die Nieuwe Winkelier zich zo weinig mogelijk kan bezighouden met allerlei zaken die hij, of zij, ook een ander kan laten doen. Dingen als boekhouding, schoonmaak, catering, winkelopmaak en dergelijke, waarmee ondernemer en personeel zich decennialang bezighielden op klantloze (en helaas ook wel op andere) momenten. Daarvoor maakt de Nieuwe Winkelier gebruik van één van de vele daarop gespecialiseerde ZZP-ers. Zo leidt het Nieuwe Winkelen, via de Nieuwe Winkelier, tot de flexibele Nieuwe Economie waarover zoveel politici vooral praten. Winst voor de WZP-er betekent dus ook winst voor de ZZP-er.

Webshop
Tussen die fysieke klantcontacten om hebben de Nieuwe Winkeliers wel tijd om zich bezig te houden met de klanten die hun webshop bezoeken. En ook met hun leveranciers. Maar het ligt wel voor de hand die leverancierscontacten zo simpel mogelijk te houden. Ach, in wezen is er niet zoveel veranderd, vergeleken met de tijd vóór het internet. Tenslotte zijn de drogisten die ik eind zeventiger jaren onder de logistieke paraplu van Interpharm (nu DA) bracht, ook rijker geworden dan hun collega’s die dat allemaal op eigen houtje wilden regelen. De ondernemers die, ook in dit nieuwe tijdperk, nog in franchiseverband werken, zullen van die organisatie eisen zich ook bezig te houden met de verwerking én de aflevering van de via het web, vanaf huis, óf vanuit de winkel, bestelde goederen. Zo niet, dan vervalt de meerwaarde ervan voor de Nieuwe Winkelier. Zie mijn voorgaande blog. Anderen zullen samenwerken met de webshop van fabrikanten of importeurs. De rest zal mét anderen, daarvoor een organisatie opzetten, of, liever nog, gaan deelnemen in de organisatie van derden die zich met opslag, verwerking en aflevering van goederen bezighouden. Het vergt wat geregel, maar uiteindelijk zal iedere betrokkene er wel bij varen zich vooral met díe dingen bezig te houden waar hij of zij persoonlijk de meeste meerwaarde uit kan halen. En niemand geeft nog geld uit voor zaken die niet, of niet op dat tijdstip, noodzakelijk zijn!

Winkeltijden
Als je het ze vraagt, zullen klanten zeggen dat winkels ook op de meest onmogelijke tijdstippen open moeten zijn. Ze willen 24/7 kúnnen winkelen, alleen, ze dóen dat meestal niet. Anders zouden de, al lang bestaande, avondwinkels toch goud geld verdienen? Ook winkels op traffic locaties (als AH-to-Go) zijn min of meer vanuit hun opzet het grootste deel van de dagen geopend. Dat geldt ook voor de échte ‘toeristengebieden’, want al deze winkels en winkelcentra parasiteren immers op de mensen die daar om een andere reden rondlopen.
Maar in de meeste stadscentra lijkt ‘de winkelier’ niet door te hebben dat elke extra uitbreiding van capaciteit (assortiment én winkelopenstelling) gewoonlijk minder opbrengt dan de bestaande capaciteit (de “schaar”) Ook Nieuwe Winkeliers moeten zich permanent afvragen of verlengde winkeltijden wel werkelijk leiden tot een hogere winst. Die zal, in veel gevallen, immers meer gewenst, dan werkelijk zijn. En die klant kan, via zijn computer, zijn iPad of iPhone, immers toch altijd terecht voor gewenste aankopen? Aankopen die de klant vervolgens thuis kan laten bezorgen, bij één van het groeiend aantal ophaalpunten kan afhalen, of bij de winkel zelf.
Tenslotte moet klantvriendelijkheid wel geld opleveren, anders houdt mét de winkel ook die klantgerichtheid op te bestaan. Zoals, kortgeleden nog, de inwoners van Zwammerdam merkten, toen de enige dorpswinkel het voor gezien hield.
‘It’s in the mix’, dat weet ik ook wel, maar alles heeft zijn grenzen.
En zelfs voor een WZP-er is het leven meer dan de winkel!

De Klant Wint
De klant wint, met méér keus en méér aandacht voor wat hij of zij nou precies zoekt in een compacter stadscentrum. Want in die kleinere winkels zullen de assortimenten kleiner zijn, maar meer aanvullend en minder duplicerend. Binnen de gedeelde winkelruimtes zullen de beperkte assortimenten goed op elkaar zijn afgestemd. Bij de door WZP-ers gedreven winkels heeft de klant veel aandacht van de eigenaar. Een ideale situatie, want, topdrukte daargelaten, heeft de winkelier weer ALTIJD tijd voor zijn klant. Die klant weet ook, veel beter dan nu het geval is, wáár hij voor wát terecht kan. Dagelijkse boodschappen doet hij/zij in het eigen wijk-, buurt- en dorpscentrum, voor speciale dingen wordt een centrum voor grootschalige detailhandel, of een gespecialiseerde superwinkel bezocht. Voor een hele speciale beleving bezoekt die klant één van onze grote steden, maar voor de rest keert hij terug naar onze herboren stadscentra.
Die stadscentra hebben dan wel hun ‘franje’ verloren, maar zijn als geheel een stuk aantrekkelijker geworden als winkelgebied. In die compacte, dynamische, omgeving zal leegstand tot het verleden gaan behoren.

Het Nieuwe Winkelen, een doodlopende weg?

Het Hoofdbedrijfschap voor de Detailhandel (HBD) koos het stadscentrum van Veenendaal als proefproject voor ‘Het Nieuwe Winkelen’. V&D experimenteert met ‘click&collect’ en Winkelhart Amstelveen presenteert zich, alsof dat ‘nieuwe winkelen’ niet bestaat, als cluster van wel 200 winkels. Alsof dát nou iets unieks is.
Hoewel er heel veel woorden en beelden aan dat ‘Nieuwe Winkelen’ gewijd worden, duidelijk is wel dat de retailsector vrijwel integraal het internet vooral als ‘de vijand’ ziet die hoogstens met eigen wapens bestreden moet worden.
Intussen blijken met name de stadscentra, met uitzondering van de hele grote, de klappen van de maar voortwoekerende crisis op te vangen, en neemt de leegstand in die stadscentra alarmerende vormen aan. Gelukkig waren de sprekers op het Locatus congres van 24 september het met me eens dat die leegstandsproblemen zich met name concentreren op de ‘off-town’ locaties, de oude glorie, die door de meeste gemeenten kunstmatig in leven is gehouden. Concentreren, en voor alles wat daar buiten ligt óf een andere functie kiezen, óf saneren en het bestemmingsplan wijzigen, was de les van professor Eichholtz aan de verzamelde vastgoedwereld. Dát is ook al jarenlang mijn boodschap aan ondernemersverenigingen en gemeenten. Zo logisch, met name nu ook andere instellingen stellen dat Nederland veel te veel winkels heeft.

Het probleem is natuurlijk, hoe los je dat probleem op. Nou, zeker niet door de houding van HBD, V&D of Winkelhart Amstelveen!
Waarom niet?
Nou, je kunt jezelf van alles wijsmaken, maar Cor Molenaar (Het einde van winkels?) heeft zeker gelijk te stellen dat fysieke winkels in stadscentra zich volledig op de koopbeleving, op recreatief winkelen, moeten richten, en juist NIET op het doen van boodschappen (functioneel winkelen). Tenslotte kun je nérgens gemakkelijker gewenste producten kopen dan op het internet. Bij het aankopen van ‘spullen’, dat functionele winkelen, zullen de fysieke winkels het, zeker in die stadscentra, per definitie afleggen tegenover het internetaanbod. Daar is veel meer te koop dan in welk winkelcentrum ook, het is altijd, 24/7, beschikbaar én je hoeft er geen aparte reis voor te maken. Tenslotte, alles wordt snel en netjes thuisbezorgd, en, uitzonderingen daargelaten, zijn betaling, ruiling en retouren nu goed geregeld.

Kortom, je kunt rustig aannemen dat ‘boodschappen doen’, naast het webwinkelen, vooral geconcentreerd wordt op wijk-, buurt- en dorpscentra. Voor specifieke, infrequente aankopen met een hoge waarde, zullen consumenten graag naar megawinkels gaan, zolang die tenminste inspelen op het recreatieve element. Meubelpleinen hebben wat dat betreft de boot gemist, maar grootschalige winkels als IKEA, of Tielemans Keukens tonen aan dat veel klanten een ruime keus aan goederen in een gezellige winkelomgeving wel degelijk appreciëren! Wat dat betreft passen ook de plannen van Mandemakers voor een ‘Lifestyle Village’ in Hulst in deze gedachtegang.
Alle bijdragen op deze site concentreren zich op de integratie van fysieke winkels, e-business en m-business in nieuw ontwikkelde winkelformules. In nieuwe proposities gericht op de sterk veranderende behoeften van een veranderend koperspubliek. En op stadscentra waarin deze nieuwe winkels worden gekoppeld aan adequaat aanbod aan horeca, cultuur en evenementen. Een stadscentrum dat niet alleen dynamisch aandoet doordat winkels zich in deze nieuwe vorm steeds anders presenteren, maar waar het winkelbeeld verder wordt gedynamiseerd door de plaatsing van ‘Micro-Stores’ in de vorm van antieke winkeltjes, kiosken en pop-up winkels. Het stadscentrum als “paradijs voor shoppers” zoals ik dat in augustus in het Algemeen Dagblad schetste. Een centrum waar natuurlijk vrij toegankelijk internet (Wifi) beschikbaar is voor de groeiende schare Smartphone en Tablet bezitters, en voldoende parkeerruimte aanwezig én gratis is. Kortom, Retail 3.0 in optima forma gaat onze stadscentrum revitaliseren.

Vreemd genoeg spannen V&D (Click&Collect) en HBD (Het nieuwe winkelen) het elektronische paard áchter de wagen, terwijl Amstelveen halsstarrig vasthoudt aan het, in de zeventiger jaren ontwikkelde, concept van zoveel mogelijk winkels onder één dak! In een tijd van ‘belevenissen’ profileren ze zich vooral als leveranciers van ‘spullen’. Helaas lijkt het gros van de retailers, vastgoedexploitanten én gemeentebesturen een soortgelijke houding aan te nemen. Veel activiteiten organiseren die de problemen van onze binnensteden alleen nog maar zullen verergeren. Actieve Inertie, volgens de definitie van Donald Sull. Je werkt je kapot, maar er verandert niets, omdat je dat eigenlijk ook niet wilt.

Ook V&D profileert zich met ‘click&collect’ vooral als winkel voor gerichte aankopen, en het HBD heeft, naar eigen zeggen, Veenendaal juist gekozen omdat daar ‘vooral functioneel wordt gewinkeld’. Beide organisaties zijn bang voor revolutionaire stappen in de confrontatie met de moderne consument, en hopen door geleidelijke evolutie Retail 3.0 in te stappen. Helaas leert juist de evolutieleer dat bestaande levensvormen uiteindelijk verdwenen, en geheel nieuwe de geschiedenis hebben bepaald. De traditionele detailhandel is, en Molenaar is niet de enige die daarop wijst, zo’n uitstervende levensvorm. Dan moet je de zaak niet rekken, maar een nieuwe start maken nu je daarvoor nog het geld, de naam en de ervaring hebt om dat te doen. Feniks Marketing, zoals, bijvoorbeeld, modegigant Blijdesteijn in Tiel letterlijk uit de eigen puinhopen herrezen is.
Helaas lijkt het alle partijen, uitzonderingen daargelaten, vruchtbaarder om niet in te hakken op bestaande structuren, verouderde paradigma’s en gevestigde belangen, en de zaak via meer activiteiten én de inzet van ‘nieuwe media’ te rekken.
Helaas zal de toekomst leren dat deze ‘nieuwe wegen’ vooral doodlopende wegen blijken te zijn.

Wie durft de nieuwe weg van ‘Bricks&Clicks’ wél te bewandelen?

De winkel opnieuw uitgevonden

We zijn er de laatste jaren aan gewend geraakt, winkels worden groter en groter, volgens de één of andere verzonnen wetmatigheid. Ze hebben dus meer ruimte nodig en ‘dus’ is het noodzakelijk perifere winkelcentra aan te leggen ten behoeve van de vooruitgang van onze maatschappij. Mega Malls in de rol van een moderne Toren van Babel, inclusief de groeiende spraakverwarring tussen retailers, tussen retailers en de overheid, en tenslotte tussen retailers en hun potentiële klanten, de consumenten.
Want die consument wil helemaal geen Mega Mall, als dat hem (haar) zijn stadscentrum kost. Die wil een passend (niet noodzakelijkerwijs breed en diep) aanbod aan goederen en diensten op een zo goed mogelijk bereikbare plaats. En, hoewel niet te ontkennen valt dat die Mega Malls veel bezoekers trekken, als dat gewenste aanbod niet op de juiste plaats beschikbaar is, dan pakt hij zijn iPad en bestelt hij on-line. Krijgt Molenaar tóch nog gelijk!

Volgens mij is de doctrine van groot, groter, grootst ouderwets en onnodig. Moderne winkels met volledig geïntegreerde Bricks&Clicks formules zullen op een kleiner oppervlak hun assortiment deels fysiek, deels virtueel, presenteren in een winkel die qua beeld en sfeer optimaal aansluit op de belevingswereld van de beoogde klanten. Kortom, minder spullen, en meer beleving op minder dure meters VVO. Dus ook minder huur, minder energiekosten, minder personeel en, natuurlijk, minder voorraadkosten. Want zo’n innovatieve formule heeft het grootste deel van de voorraad, voor de winkel én voor de webshop, gewoon in een centraal magazijn liggen, op goedkope vierkante meters. De tijd dat winkels vooral alles voor iedereen wilden betekenen is immers allang voorbij. Uiteraard blijven er, ook in fysieke zin, grote winkels over. Maar ook die grote winkels (V&D voorop) verhuren een steeds groter deel van hun winkeloppervlakte aan derden, die via grotere of kleinere shop-in-the-shop’s een meerwaarde geven aan het warenhuis, zonder onnodige kosten en investeringen in zaken die niet tot de core business horen. En waarbij men een té klein marktaandeel heeft om zelf profitabel de strijd met de specialisten aan te gaan. Maar ook het gloednieuwe modepaleis van Blijdesteijn in Tiel oogt groter dan de vorige winkel, maar is in feite kleiner omdat ook hier veel ruimte wordt gegeven aan shop-in-the-shop’s. Zodat Blijdesteijn nu, bijvoorbeeld, een mooie schoenwinkel kan presenteren zonder met dit ‘branchevreemde’ assortiment zelf bemoeienis mee te hebben. Dat zien we, o.a., ook terug in de koffieshop.

Tegelijkertijd levert het bricks&clicks concept bestaansmogelijkheden voor superspecialisaties, de “Micro-shops” waarop ik mijn studenten al vijf jaar lang heb laten experimenteren. Micro-shops leveren, in historische pandjes, als onderhuurder van (te grote) winkelpanden, via Shop-in-the-shop of kiosk, een duidelijke bijdrage aan de aantrekkelijkheid van (vooral) stadscentra. Dat komt niet alleen door het unieke, smalle maar diepe, assortiment, maar vooral omdat ze ons vaak zo statische winkellandschap verrijken met afwisseling, levendigheid en verrassing. Op een zo gering aantal vierkante meters dat de prijs daarvan er eigenlijk niet toe doet. Toch is het lastig, en mijn studenten liepen daarop ook vaak vast, om daarmee op de klassieke manier geld te verdienen. Bricks&Clicks is dan niet alleen een goede manier om de voorraadkosten laag te houden en nee-verkopen te vermijden, maar helpt de winkel ook aan klanten, en dus aan omzet, die buiten het fysieke bereik van de winkel vallen. Sociale Media kunnen worden ingezet om zonder veel out-of-pocket kosten zowel nieuwe klanten te genereren, als om bestaande klanten aan de winkel te binden. Als middel ook om mond-tot-mond “reclame” te realiseren, toch vanouds de meest geloofwaardige manier van commerciële communicatie.

Het retaillandschap zal over tien tot vijftien jaar beslist verrijkt zijn met themaparken, die, anders dan de huidige meubelpleinen en Mega-Malls, de klant laten beleven hoe hij zijn leven, thuis óf zakelijk, vorm kan geven. Het ‘Lifestyle Village’ dat de Mandemakers groep realiseert in het Zeeuwse Hulst, is daarvan een leuk voorbeeld. Hoe de binnenstad daarvan optimaal kan profiteren, is iets waarvoor ik een oplossing moet verzinnen, maar daarover later. Zo’n themapark beslaat al gauw 50.000 m2 maar voor andere themawinkels is wat minder ruimte nodig, zoals Tieleman Keukens in Middelharnis aantoont. Die leveren en monteren nog steeds keukens, maar in hun gloednieuwe en duurzame showroom toont het bedrijf niet alleen 70 soorten keukens, maar biedt hun klanten toch vooral een kookbeleving. Minder spullen per vierkante meter, en meer beleving, bricks&clicks, ze zijn niet voor niets tot Beste Zelfstandige Winkel van 2011 verkozen. Maar voor een nieuwe winkelformule met een totale mediabeleving is niet meer nodig dan 2000 m2 VVO, waardoor een dergelijke winkel, met de noodzaak van frequent bezoek, nog wel in de binnenstad een plekje kan krijgen. Daarover een volgend blog, maar de volgende week wil ik het vooral hebben over hoe totale integratie van bricks&clicks in de modewereld zal leiden tot verhoogde omzetten via verlaagde kosten, in aantrekkelijkere winkels. Wie eerst, is de vraag in deze barre tijden.

Uw Winkel Toekomstproof?

Op maandag 16 april hadden zich in theater Castellum heel wat retailers gemengd onder de ambtenaren, adviseurs en anderen die belangstelling hadden voor bovenstaande stelling.
Wat weer opviel is het gemak waarop heel algemene trends worden toegepast op de typisch plaatselijke situatie, op individuele branches en zelfs op specifieke winkels. Dat is nog veel korter door de bocht dan Cor Molenaar dat doet in het boek met de provocerende titel “Het einde van de winkels?” Een rechtstreeks gevolg van het gebruik van beschikbare data voor de verkeerde doeleinden.

Inge van Ostende, planologe van de gemeente Alphen aan den Rijn, tamboereerde voort op de resultaten van het ‘Koopstromenonderzoek 2011’. Haar conclusie, op basis van de ‘binding’ van Alphense consumenten aan Alphen aan den Rijn, de afvloeiing naar andere koopkrachtgebieden en de toevloeiing vanuit de regio, was dat het in Alphen nog wel meeviel, gegeven de ‘gemiddelde’ scores van andere plaatsen en zeker vergeleken met de ronduit dramatische cijfers uit steden als Leiden en Gouda.
Tja, over die twee steden kan ik wel een boek schrijven, maar die resultaten halen natuurlijk wel dat ‘gemiddelde’ flink omlaag, vooral omdat er niet of nauwelijks steden te vinden zijn die ver boven dat gemiddelde scoren. Daarbij, we wéten toch dat het bezoek aan het Alphense Stadshart na het opleveren van het Rijnplein in 2004 alleen maar is gedaald, elk jaar opnieuw! En dat die bezoekfrequentie, gezien alles wat er aan de Lage Zijde overhoop wordt gehaald, nog wel een aantal jaren zal blijven dalen. Dát is natuurlijk NIET GOED! Wát dat gemiddelde ook zegt. Daarbij is er geen beweging gemeten tussen de verschillende winkelcentra binnen Alphen aan den Rijn. Mijn stelling ís en blijft dat het Alphense Stadshart nog veel te veel vooral ons oude Dorpscentrum is, waar ‘de’ Alphenaar voor van alles en nog wat terecht kan. In plaats van dat dit Stadshart voor elke Alphenaar een ándere functie heeft dan om de dagelijkse boodschappen te doen, waarvoor hij/zij eigenlijk gewoon in het eigen wijk- of buurtcentrum terecht had moeten kunnen. Er zijn winkels genoeg die dat Alphense Stadshart wél dat speciale karakter geven, maar ze worden weggedrukt door al die winkels die daar allang niet meer thuishoren. Winkels die ervoor zorgen dat het ‘winkelbeeld’ van ons Stadshart niet genoeg afwijkt van het winkelbeeld dat men uit de eigen wijk, of uit het eigen dorp, al kent. Ons stadshart is nog steeds veel te veel een cluster winkels en horeca, en onderscheidt zich veel te weinig als ‘the Place to Be’ die een écht stadshart zou moeten zijn. Als gevolg komen veel Alphenaren veel te vaak in dat centrum (voor het gericht aankopen van dagelijkse boodschappen) en veel meer Alphenaren veel te weinig, om er te shoppen en te recreëren. Gevolg, de cijfers over de ‘bezoekersfrequentie’ zijn in hun treurigheid nog veel te rooskleurig!
Het valt in Alphen aan den Rijn, nét als in veel andere stadscentra, helemáál niet mee! Het is écht allang vijf voor twaalf geweest!

Nee, de cijfers van Inge kloppen natuurlijk wel, maar achter de conclusies kun je nog steeds een hoop vraagtekens zetten. En die Alphense ondernemer heeft geen “steuntje in de rug” nodig, zoals wethouder Hoekstra poneerde, maar moet, mét het gemeentebestuur en met de politiek inzien dat de bakens definitief verzet zijn. Houden we krampachtig vast aan wat nostalgische gedachten aan het ‘oude dorp’, of zetten we nou eindelijk de stap naar een ander functioneren, als retailer, als winkelcentrum en als ondernemersvereniging?

Bij dat veranderen kunnen de ‘nieuwe media’, de mogelijkheden van internet en ‘mobile networks’, een belangrijke rol spelen. Tenminste, als “Clicks&Bricks’ wel anders wordt geïnterpreteerd dan het CBW-Mitex dat in de volgende presentatie verwoordde. Want aan ‘oude wijn’ in een nieuwe zak hebben we niet zoveel. De retailer niet, het Stadshart niet en de bewoners ook niet.
Parafraserend op de titel van Molenaars boek zijn we op weg naar “Het einde van de retailer”. Lang leve de nieuwe retailer!
Want niet voor niets stelde het hoofdartikel van Retailtrends deze maand: Fysieke winkel niet uitgespeeld”.
Daarover de volgende bijdrage op http://www.BricksenClicks.me.

Marketing voor Retailers

“Marketing voor Retailers” is één van de slechts twee uitgaven over retailmarketing als vakgebied in ons taalgebied en primair bedoeld om te worden gebruikt door studenten HBO en WO. Het boek is, door toepassing van veel voorbeelden, gemakkelijk toegankelijk voor iedereen die tenminste een inleidende studie in marketing heeft gedaan, op MBO of HBO niveau. De onderwerpen zijn eenvoudig te vinden via de index. De uitgave wordt gecompleteerd door een website http://www.pearsoneducation.nl/koornstra waarop de gebruiker niet alleen alle figuren en schema’s in dit boek vindt (op powerpoint), maar ook een systematische behandeling van 10 groepen Media die voor de lezer de verwarrende wereld van oude en nieuwe media wat meer toegankelijk moet maken.
Verder zijn via deze site de verschillende Excel-modellen te downloaden die in het boek behandeld worden.

Hoofdstukindeling:
1.Detailhandel, wat is het, wat doet het en wat wordt het?
2. Waarom staat die winkel daar?
3. Marketing, markten en detaillisten
4. Van Inside-out naar Outside-in: de functie van winkelcentra, winkelformules, assortiment en schap voor klant en leverancier
5. Van Winkelformule tot Merk
6. Category Management
7. Trade Marketing
8. Winkels en Cijfers
Het unieke perspectief van dit boek is niet alleen de opzet vanuit het perspectief van kwaliteit i.p.v. vanuit de bekende marketingtheorie, de aandacht voor de planologische aspecten van retailing, zowel fysiek áls virtueel, de behandeling van de waarde van Trade Marketing voor retailer én merkenfabrikant, en de praktische toepassing van de behandelde modellen. Verder worden de ingewikkelde communicatiemogelijkheden voor de retailer belicht vanuit een aantal unieke modellen.
Marketing voor Retailers werd uitgegeven in 2005, beleefde een tweede druk in 2009 en een sterk uitgebreide tweede editie in 2011.

Marketing voor Retailers, 2e druk (2011) wordt uitgegeven door Pearson Education Benelux in Amsterdam. Het is gemakkelijk te bestellen op de meeste Nederlandstalige websites. ISBN 978-90-430-2091-6