Einde van de ketens?

Eenvormigheid stadscentra
Weinig retailers, maar veel consumenten zullen het met me eens zijn dat al die ketenwinkels de centra van onze middelgrote en kleine steden nou niet direct het eigen gezicht en dynamiek geven die je zou verwachten. Of je nou in het ene winkelcentrum, of in het andere bent, steeds opnieuw wordt je geconfronteerd met dezelfde gevels, dezelfde displays, dezelfde assortimenten, dezelfde aanbiedingen en hetzelfde personeel. Nee, voor de winkels hoef je nérgens anders heen te gaan, maar gelukkig spelen er nog zaken als sfeer, ‘beleving’, horeca, gratis WIFI en gratis parkeerruimte.

Lisse
Zo waren we zaterdag weer eens vanuit Alphen aan den Rijn naar Lisse gereden. Daar heb je dan wel GEEN H&M, maar WEL een America Today die we in Alphen weer niet hebben. Niet dat dit óns iets uitmaakt, overigens. Maar, het zal de Alphenaar verbazen, verder zie je daar precies dezelfde winkels als in onze woonplaats. Ze hebben er, voor de echte fans, zelfs een Hoogvliet supermarkt! En natuurlijk, ook daar zijn nog wat speciaalzaken die het winkelcentrum een wat lokale kleur geven. Maar ondanks die ketens, het ziet er toch allemaal wat anders uit, en de parkeerruimte is (twee uur lang) helemaal gratis! Eén van de redenen waarom we regelmatig daar te vinden zijn, of in Zoetermeer, of in Katwijk (hoewel daar niet gratis, maar wél heel goedkoop) Kortom, de benzinekosten zijn daarmee al gecompenseerd. Maar het blijft vreemd te ervaren dat het qua ‘winkelbeeld’ niet uitmaakt, wáár je winkelt.

Lokalisering
De reden is natuurlijk dat ketens, ongeacht of het nu filiaalbedrijven zijn of franchisers, een nationaal beleid voorstaan en denken daarmee zowel in Sluis, in Vaals, in Delfzijl of op Texel te scoren. Ze verwarren merktrouw met gelijkvormigheid. Toch, de mening van de consument is natuurlijk wel bekend, wordt er wel over dat ‘lokaliseren’ van hun formule, gepraat. Over het aanpassen van het assortiment, de acties, de inrichting én de klantbehandeling aan de plaatselijke mogelijkheden, concurrentie, normen en waarden. Alleen, het is allemaal zo lastig voor de category managers, en dus gebeurt het niet. Omdat ook de druk vanuit de bedrijfsleiding (of de franchiser) ontbreekt, blijven al die stadscentra op elkaar lijken en leidt een bezoek buiten het eigen centrum niet tot extra kooplust. In het verleden waren al die winkelketens zo dom ook nog filialen in wijken en dorpen te openen. Daardoor heeft voor die dorps- en wijkbewoners een bezoek aan het nabijgelegen stadscentrum zelf weinig zin, en slaan ze dat steeds vaker over. Consumenten trekken liever gelijk naar de dynamische centra van onze grote steden, of naar grootschalige winkelcentra. Als die trend nog even doorgaat, krijgen we vanzelf ook de MegaMalls die we liever niet willen, en verworden onze stadscentra tot de dorpscentra die ze ooit waren.
En die ketens, die verdwijnen mét de consument naar betere oorden, natuurlijk.

Ketens verdwijnen
Natuurlijk zullen er wel wat ketenwinkels overblijven, maar de meesten zullen geweldige problemen hebben zich aan te passen aan het bricks&clicks tijdperk. Als fysieke winkels zichzelf beperken tot vooral hun kernassortiment, en compensatie zoeken via hun geïntegreerde webshop, hebben ze maar weinig dure vierkante meters nodig. Dat leidt, zoals al eerder beschreven, tot kleinere winkels, tot veel samenwerking binnen één winkelruimte, tot opbloei van kiosken, pop-ups en shop-in-the-shop’s, en tot een compacter en verrassender stadshart. Omdat zowel de winkelruimtes, áls de samenwerkingsverbanden, in elk van die stadscentra anders, en heel lokaal gericht, zullen zijn, ligt het voor de hand dat de overkoepelende organisatie terugtreedt, of haar handen van die kleinere stadscentra aftrekt. Dat laatste lijkt, ook omdat er nú al sprake is van concentratie op de grotere steden en perifere winkelcentra, de meest waarschijnlijke optie. En daarmee verdwijnt het gros van de ketens uit het stadsbeeld. Dat betekent méér werk, méér creativiteit en méér ondernemerschap voor onze winkeliers, een situatie die veertig jaar geleden nog normaal was, overigens.
Natuurlijk gaat die hele ommezwaai consequenties hebben voor het personeel, en het management daarvan, waarover later meer. Ook zal die verandering leiden tot het ontwikkelen van nieuwe dienstverlening, als de ingesleten patronen van de laatste dertig jaar wegvallen. Eén ding moet duidelijk zijn, dit ‘reveil’ van het lokale ondernemerschap is de enige kans die stadscentra krijgen in het ‘clicks&bricks’ tijdperk. Pakken ze die kans niet, dan is aftakeling van vorm en functie van die stadscentra onvermijdelijk. Dát maakt het des te wranger te zien dat het gemiddelde gemeentebestuur hiervan totaal geen kaas gegeten heeft en door blijft borduren op patronen die steeds minder reëel zullen worden.

Politiek tegen Leegstand?

Too little and too late
Hoewel ik me niet kan herinneren wanneer de Partij van de Arbeid zich eerder zorgen maakte over retailers, gaan ze nu serieus bezig de leegstand in winkelcentra aan te pakken. Helaas spannen ze daarbij het paard achter de wagen door via de provincies winkelvestiging buiten de bestaande centra te blokkeren.
Want, het is te laat om bestaande binnensteden nog te ‘redden’, en het is te weinig omdat bestaande winkelcentra vooral elkaar beconcurreren. Dat laatste is weer te wijten aan een ernstig tekort aan visie op de detailhandel in gemeenten, regio’s en provincies. Een tekort aan visie dat bestond, én bestaat, bij vrijwel alle politici, ook van die PvdA!

Symptoom
Helaas is leegstand geen zelfstandig verschijnsel, maar een symptoom dat er iets mis met het functioneren van winkelcentra. Dat functioneren van winkelcentra, in hun eigen verzorgingsgebied én ten opzichte van elkaar, is domweg voor het gros van de gemeenten zelfs nooit een onderwerp van discussie geweest. DPO’s leveren veel te rooskleurige beelden van de omvang van verzorgingsgebieden. Hoe een stadscentrum functioneert te midden van omliggende buurt-, wijk- en dorpscentra is de gemiddelde politicus immers onbekend. Dat dit stadscentrum zelf weer te maken heeft met centra van grotere agglomeraties, daar wordt al helemaal niet op gelet. Minstens veertig jaar lang is het retailbeleid binnen gemeenten deels gekoppeld aan de wens van vastgoedontwikkelaars en grootwinkelbedrijven om hún winkelcentrum zo groot mogelijk te maken. Deels werd veel te veel rekening gehouden met de belangen van bestaande winkeliers. Als gevolg heeft Nederland tussen de 30.000 en 50.000 winkels, en miljoenen vierkante meters winkelruimte teveel en luiden we nu de noodklok!

Paniek in de Kamer?
Ondanks dat, blijkt dat er veel belangstelling is om buiten de bestaande winkelcentra te gaan bouwen en daar grootschalige detailhandel te vestigen (The Wall is nu een berucht voorbeeld), of, zoals bij Steenwijk, een heuse Megamall te gaan bouwen. De paniek breekt uit, een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, en nog in juni zullen de Tweede Kamerleden in Den Haag het verschijnsel ‘Leegstand’ wel even elimineren! Ja, ja!

Politici in de fout!
Visieloos en onverantwoord gedrag van de Tilburgse gemeenteraad leidde ertoe dat alleen door ingrijpen van de provincie voorkwam dat dáár een Megamall werd gebouwd. Een compleet ‘Stadscentrum zonder Stad’, dat tot in de wijde omgeving winkeliers aan de bedelstaf had gebracht, in omliggende gemeenten tot kapitaalvernietiging hebben geleid, en voor een half miljoen Brabanders tot verlies van hun bestaande winkelcentra had geleid.
Andersom zorgde deze paniek ervoor dat de vestiging van een Factory Outlet Center in Zoetermeer (en dat is iets héél wat anders dan een Megamall) door de Provinciale Staten werd geblokkeerd. Dat daarmee gelijk de kansen voor het hele Bleizo terrein torpedeerde.

Internet en Leegstand
Dit hele blog gaat natuurlijk over de invloed van het internet op het koopgedrag van de consument en over de manier waarop de Retail sector daarop zou moeten reageren. Juist dat internet zorgde ervoor dat onvolkomenheden in de bestaande Retail voorzieningen werden gladgestreken. Consumenten hebben immers een alternatief: De Webshop. Het is, ik heb het in “30.000 winkels teveel?” eerder betoogd, ook helemaal niet zo erg als er inadequate winkelruimte verdwijnt. Veel te vaak zien we nog de ouderwetse, verspreide bewinkeling van vroeger, inadequate ‘winkelstrips’ uit de vijftiger jaren en ‘wijkcentra’ die deze naam al lang niet meer verdienen. Stadscentra, zeker in kleine en middelgrote steden, zijn veel te groot gegroeid om rendabel te zijn. Zeker nu webshops omzet wegsnoepen.

Free Record Shop
Die overcapaciteit in winkelruimte is natuurlijk gecamoufleerd door de sterk groeiende economie. Die leidde ertoe dat er veel te veel winkels bij kwamen, met name in de mode, en dat bestaande winkels en winkelcentra té weinig geprikkeld werden om écht nieuwe wegen in te slaan. De branches woninginrichting, meubels en doe-het-zelf leveren voorbeelden te over van winkelformules die hun tijd ver overleefden. De ‘Free Record Shop’ is een ander voorbeeld, maar eigenlijk is de hele mediawereld (zie ook ‘De Mediawinkel’), mét boekhandels én bibliotheken, gebaseerd op concepten van veertig, vijftig jaar geleden.

Visie
Als de Tweede Kamer zinvol over ‘leegstand’, over de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van steden, dorpen en wijken wil praten, moeten ze bereid zijn de nieuwe werkelijkheid (Het Nieuwe Winkelen) als basis te nemen, en NIET de bestaande belangen in winkelketens en vastgoed. De Nieuwe Winkelier zal zich moeten concentreren op assortiment en doelgroep, en daarmee zijn klant, in een combinatie van fysiek aanbod én webwinkel, méér te bieden op minder (té dure) vierkante meters. Dat levert niet alleen kansen voor kleine winkeleenheden op (kiosken, pop-ups), maar ook de mogelijkheid de huidige winkelruimte met anderen te delen. Dát levert niet alleen extra kansen voor starters op, en een meer afwisselend beeld voor de klant, maar ook een compacter stadscentrum. Oude, inefficiënte winkelcentra moeten worden opgeheven en herontwikkeld.

Leegstand
Politici moeten leegstand niet tegengaan door de hele natuurlijke ontwikkeling in de retail te blokkeren, maar door het aantal beschikbare vierkante meters met, pakweg, een derde te verkleinen. Natuurlijk zal ook dát zijn eigen problemen opleveren, maar dan zijn de retailsector, de wijk en het stadscentrum, tenminste gered. En daarmee de leefbaarheid van hun dorpen en steden. Natuurlijk blijven mensen ook voor de koopbeleving naar de grote steden trekken, en daarnaast zullen beslist Megamalls ontstaan. Helemaal niet erg, áls de consument daar maar niet heengaat omdat ze wel móeten, maar omdat ze dat, uit eigener beweging, graag doen.

Niet in plaats van, maar náást hun wekelijkse bezoek aan hun eigen gezellige stadscentrum.